Paragraaf 5 Cases en debatstellingen

 

5.1 Cases

7. Etiquette op het werk

a. Lees de volgende case.
Etiquetteboeken beschrijven beleefdheidsregels en omgangsvormen voor privésituaties, in het maatschappelijk verkeer en in het bedrijfsleven. Zo vind je in etiquetteboeken allerlei voorschriften voor kleding, omgangsvormen en gedrag in werksituaties, ook internationaal. Daarbij kun je denken aan onderwerpen als: wel of niet tutoyeren, ABN of dialect spreken, uiterlijke verzorging, kleding op het werk, omgang met collega's, zakenlunch en -diner, eetgewoonten, relaties op het werk, flirten en hofmakerij op het werk, gedrag bij solliciteren, taalgebruik, het ontvangen en bezoeken van zakelijke relaties, omgaan met andere culturele gewoonten, religieuze feesten en het werk, conflicten oplossen en het gebruik van een mobieltje in werksituaties.

Een bekend boek over etiquette is: R. Wolbrink, Businessetiquette, de gids voor zakelijk succes, Academic Service, Den Haag, ISBN 978 9052 616 360. Of: R. Wolbrink, Businessetiquette 3.0, Academic Service, Den Haag, ISBN 9789052618333.

b. Beschrijf vijf belangrijke etiquetteregels in het bedrijf waar je een bijbaantje hebt of het bedrijf waar je stage hebt gelopen (of loopt).

c.  Hoe kijk je zelf aan tegen deze regels?